Begrijpen | Beoordelen | Oplossen
Voorwoord
Dit handboek gaat niet alleen over honden.
Het gaat over mensen.
Na jaren werken met extreme probleemhonden ontdekte ik (Florian Verhoef) dat gedrag van
honden zelden op zichzelf staat. Genetica vormt de basis, maar daarna bepalen vooral de
omgeving en de mens achter de hond wat er gebeurt. Honden reageren niet op wat we
zeggen, maar op wie we zijn.
In dit boek worden lessen gedeeld die ik leerde met mijn honden in de bergen van
Oostenrijk, tussen een grote roedel honden op de boerderij in Drenthe en bij mijn klanten
met moeilijke honden waar het gedrag soms volledig uit de hand liep. Het zijn lessen die
vaak simpel lijken, maar diep ingrijpen: over rust, leiderschap, structuur, werk en
verantwoordelijkheid.
Honden blijken verrassend goede leermeesters. Ze spiegelen ons gedrag, leggen onze
zwakke plekken bloot en dwingen ons om duidelijker, rustiger en eerlijker te worden.
Dit boek laat zien dat het oplossen van probleemgedrag zelden begint bij de hond.
Het begint bij het begrijpen van de relatie tussen hond, mens en omgeving.
Een moeilijke hond is geen probleem.
Het is een van de beste leermeesters die je kunt krijgen.
Inleiding
In de jaren dat ik werk met honden en hun eigenaren heb ik één les steeds opnieuw bevestigd zien
worden: een quick fix bestaat niet. Niet bij uitvalgedrag, niet bij trekken aan de lijn, niet bij
claimgedrag in huis en niet bij onderlinge spanningen binnen een roedel. Gedrag ontstaat niet in één
moment en verdwijnt ook niet in één moment. Het groeit. Het stapelt zich op. Het ontwikkelt zich
binnen een systeem van aanleg, spanning, omgeving en menselijke invloed. Toch zijn de eerste
vragen die vrijwel iedere eigenaar stelt als er om hulp gevraagd wordt: “Kun je dit voor mij oplossen?”
en ‘’Kun je mij garanderen dat mijn probleem wordt opgelost voordat ik jou betaal?’’. Ik moet altijd
even slikken als deze vragen worden gesteld in het begin van een intakegesprek. Laten we beginnen
met wat begrip voor de behoefte achter de vragen. Achter deze vragen zit hoop, verwachting en een
verlangen naar verlichting. Want leven met een probleemhond is zwaar. Het tast zelfvertrouwen aan.
Het creëert schaamte. Het zorgt voor sociale isolatie. Het maakt wandelen een bron van stress in
plaats van ontspanning. En in die druk ontstaat de wens naar snelheid. Ik heb geleerd dat mensen
een snelle oplossing willen, niet omdat ze oppervlakkig zijn, maar omdat ze moe en gefrustreerd zijn.
Wanneer een hond dagelijks spanning veroorzaakt, ontstaat er een chronische staat van paraatheid
bij de eigenaar. Elke wandeling voelt als een risico. Elke ontmoeting met een andere hond kan
escaleren. Elke opmerking van een voorbijganger kan binnenkomen als kritiek. In zo’n situatie klinkt
het aantrekkelijk als iemand zegt dat het met een paar technieken, een hulpmiddel of een aantal
trainingen opgelost kan worden. Het idee dat een professional het overneemt, biedt rust. Het geeft het
gevoel dat het probleem wordt uitbesteed aan iemand die wél weet wat er moet gebeuren. En precies
daar ontstaat een fundamentele misvatting over wat hondentraining werkelijk is.
Dan nu het andere perspectief op deze vragen. In de praktijk heb ik keer op keer gezien dat mensen
– vaak onbewust – hun verantwoordelijkheid proberen te verplaatsen naar de trainer. Niet uit onwil,
maar uit overbelasting. Wanneer een hond uitvalt, is het comfortabeler om te denken dat de hond
dominant is, angstig is, verkeerd gesocialiseerd is of simpelweg ‘een moeilijk karakter’ heeft. Het is
nog comfortabeler om te denken dat de trainer met de juiste correctie of methode het gedrag kan
resetten. Maar gedrag is geen software die je opnieuw installeert. Gedrag is de uitkomst van een
relatie. Het is de optelsom van honderden dagelijkse interacties, van subtiele spanningsopbouw, van
niet-geziene signalen, van genetische kwetsbaarheden en van grenzen die niet tijdig zijn gesteld.
Wanneer de eigenaar zelf geen actieve rol neemt in het veranderen van dat systeem, blijft iedere
training oppervlakkig. Er kan tijdelijke verbetering optreden, maar het fundament blijft gelijk. En wat
niet fundamenteel verandert, keert terug. Ik heb daarom ook geleerd dat het product ‘hondentraining’
niet voor iedereen werkt. Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van een trainer, maar het is de
realiteit. Training als dienstverlening kan uitleg geven, analyse bieden en richting aanwijzen. Maar
wanneer iemand de training ervaart als iets wat wordt uitgevoerd door de trainer in plaats van de
eigenaar, verschuift de verantwoordelijkheid naar buiten. Dan ontstaat afhankelijkheid in plaats van
autonomie. Dan blijft vooruitgang gekoppeld aan de aanwezigheid van begeleiding. Zodra die
begeleiding wegvalt, vervaagt het effect. Niet omdat de methode faalt, maar omdat het systeem nooit
werkelijk verandert. Wat wél werkt, heb ik even consequent zien terugkomen. Problemen beginnen
pas echt te verschuiven wanneer iemand besluit om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Wanneer
iemand zijn eigen probleem begrijpt en bereid is om niet alleen naar de hond te kijken, maar vooral
naar eigen spanning, eigen timing, eigen grenzen en eigen consistentie. Wanneer iemand accepteert
dat verandering geen spectaculaire gebeurtenis is, maar een langdurig proces. Begrijpen wat er
gebeurt is de eerste stap. Beoordelen waar de kern van het probleem ligt is de tweede. En vervolgens
dagelijks, consequent handelen in lijn met die beoordeling is de derde. Dat vraagt inzet. Het vraagt
energie. Het vraagt het verdragen van tijdelijke frustratie zonder terug te vallen in oude patronen.
Maar het is de enige manier waarop gedrag structureel kan veranderen. Gedragsverandering lukt
alleen wanneer iemand kleine stappen kan nemen over een langere periode. Niet door grote
correcties, maar door herhaalde duidelijkheid. Niet door emotionele uitbarstingen, maar door kalme
begrenzing voordat spanning escaleert. Niet door incidentele inspanning, maar door dagelijkse
consistentie. Een hond leert veiligheid wanneer voorspelbaarheid aanwezig is. Een hond leert
verantwoordelijkheid los te laten wanneer de mens die verantwoordelijkheid zichtbaar draagt. Dat
proces verloopt langzaam. Soms bijna onzichtbaar. Er zijn weken waarin vooruitgang nauwelijks
merkbaar lijkt. Er zijn momenten waarop oude patronen terugkeren. Maar wie begrijpt dat dit
onderdeel is van het proces, blijft stabiel. En juist die stabiliteit vormt het nieuwe fundament. Dit boek
is geschreven vanuit de overtuiging dat je je eigen probleem zelf moet oplossen. Dit boek is
geschreven omdat er via het geven van hondentraining te weinig resultaat wordt bereikt.
Dit boek is geschreven omdat ik heb ervaren dat mijn missie niet wordt behaald. Mijn missie is:
mensen hun eigen problemen laten oplossen. Mijn missie wordt alleen gehaald, als ik mensen zover
krijg om hun eigen problemen te begrijpen, te beoordelen en zelfstandig te laten oplossen.
Verandering komt altijd van binnenuit, nooit van buitenaf. Echt veranderen doe je alleen als je het zelf
wilt, niet omdat iemand anders het wilt. Dit zijn natuurwetten en deze wetten gelden ook in de
hondenwereld. Dit boek is niet geschreven om een snelle oplossing te beloven. Niet om
verantwoordelijkheid over te nemen. Niet om een methode als wondermiddel te presenteren. Maar
om kennis over te dragen die jou in staat stelt je eigen situatie te begrijpen. Om inzicht te bieden in de
mechanismen achter probleemgedrag. Om je te helpen beoordelen waar de kern ligt. En om je te
begeleiden in het nemen van verantwoordelijkheid over een proces dat tijd vraagt, maar duurzame
verandering mogelijk maakt. De essentie is eenvoudig, maar niet gemakkelijk: je moet je eigen
problemen oplossen. Niemand kan dat voor je doen. Begeleiding kan richting geven, maar uitvoering
ligt altijd bij degene die dagelijks met de hond leeft. Werkelijke verandering ontstaat wanneer inzicht
wordt gekoppeld aan verantwoordelijkheid en wanneer verantwoordelijkheid wordt volgehouden over
tijd. Daarvoor is dit boek geschreven. Niet als snelle interventie, maar als studieboek in leesvorm. Dit
boek is een hulpmiddel om niet langer afhankelijk te zijn van tijdelijke oplossingen, maar om zelf het
systeem te begrijpen en stap voor stap te veranderen. Want pas wanneer verantwoordelijkheid wordt
genomen, ontstaat ruimte voor echte verandering – voor de hond en voor de mens. In al die jaren van
hondentraining heb ik daarnaast ook iets anders moeten erkennen, iets wat minder prettig klinkt maar
wel waar is: het lukt niet iedereen. Ik heb honderden casussen gezien waarin inzet aanwezig was,
waarin uitleg helder was, waarin begeleiding zorgvuldig werd opgebouwd, en waarin het probleem
desondanks niet structureel verbeterde. Soms omdat het karakter van de hond fundamenteel niet
past bij het karakter van de mens. Een zeer zelfstandige, stressgevoelige hond bij een eigenaar die
zelf snel gespannen raakt. Een sterke, territoriale hond bij iemand die moeite heeft met begrenzen.
Soms omdat de omgeving simpelweg niet aansluit bij wat de hond aankan: een prikkelgevoelige hond
in een drukke binnenstad, een genetisch waakse hond in een flat met constante geluiden, een
energieke werkhond in een te druk huishouden.
Niet alle combinaties zijn maakbaar. Niet elk probleem is oplosbaar binnen de bestaande
omstandigheden. Dat erkennen is geen falen, maar realisme. Dit boek is daarom niet alleen bedoeld
om verandering mogelijk te maken, maar ook om eerlijk te leren beoordelen wanneer een situatie
structureel niet haalbaar is. Soms betekent verantwoordelijkheid nemen juist, dat er tijdig wordt
ingegrepen, dat verwachtingen worden bijgesteld of dat er moeilijke keuzes worden gemaakt in het
belang van mens en hond, zoals herplaatsing van de hond naar een passende omgeving. Werkelijke
volwassenheid in begeleiding zit niet in het beloven dat alles kan worden opgelost, maar in het
vermogen om te zien wanneer dat niet zo is. Soms leidt eerlijk kijken naar een situatie tot een
conclusie die niemand wil trekken. Niet ieder probleem laat zich oplossen binnen de bestaande
context. Er zijn momenten waarop inspanning, liefde, training en toewijding niet voldoende blijken om
de omgeving passend te maken voor de hond. In die gevallen kan herplaatsing geen vlucht zijn, maar
een verantwoordelijkheid. Dat is geen theoretische overweging. Het is een beslissing die diep ingrijpt,
omdat zij raakt aan hechting, loyaliteit en het beeld dat iemand van zichzelf heeft als eigenaar. Ik heb
die keuze zelf moeten maken. Dana, mijn Grote Zwitserse Sennenhond, was mijn lievelingshond. Een
hond met een enorme gevoeligheid, kracht en aanwezigheid. Dana heeft jarenlang goed geleefd in
mijn Oostenrijkse huis op een berg met eindeloze vlaktes tussen twee andere honden, berggeiten en
Alpenmarmotten. Daarna woonden we op een boerderij in Drenthe met 19 andere honden en een
hectare grond. Allemaal geweldige omgevingen voor een Grote Zwitser. Mijn meest recente
6
verhuizing is echter terug naar mijn geboortestad Amersfoort geweest, in een pand midden in het
centrum van de stad. De verhuizing van de boerderij naar een stadscentrum veranderde de
basisvoorwaarden van haar bestaan. Waar eerder overal ruimte, stilte en overzicht was, kwamen nu
verkeer, prikkels, nauwe straten en constante beweging. Dana is gebaat bij rust, structuur en fysieke
ruimte. In de stad staat het zenuwstelsel van een grote, onzekere waakhond vrijwel continu onder
druk. Onzekerheid in contact met andere honden is zichtbaarder, spanning aan de lijn neemt toe en
het dagelijks functioneren vraagt in de stad meer van haar dan redelijk was. De beslissing om Dana te
herplaatsen is niet in één moment genomen. Het was een pijnlijk proces. Uiteindelijk verhuisde Dana
naar een andere boerderij waar tientallen paarden en drie andere grote honden deel uitmaken van het
dagelijks ritme. Die keuze heeft veel gekost. Afstand nemen van een hond waar diepe verbondenheid
mee bestaat, voelt als falen, ook wanneer rationeel duidelijk is dat het welzijn van de hond voorop
staat. Er zijn nog steeds momenten waarop het gemis onverwacht binnenkomt, ik laat nog regelmatig
een traan omdat ik Dana mis. Toch was het de juiste beslissing. Soms vraagt verantwoordelijkheid om
los te laten in plaats van vasthouden. Wie ooit een hond heeft moeten herplaatsen uit liefde in plaats
van gemak, weet hoeveel kracht dat vraagt en hoeveel pijn daarmee gepaard gaat.
Dit boek is ook bedoeld om mensen in vergelijkbare situaties kracht te geven, om het juiste te doen
voor de hond, ondanks de liefde. Na mijn jaren op een berg in Oostenrijk (Kaltenbach, Zillertal, Tirol)
ben ik gaan leven op een boerderij met 20 honden in Drenthe, om mijn bedrijf ‘Difficult Dogs’ uit te
bouwen. Het leven in een grote roedel honden heeft mijn kijk op hondengedrag compleet veranderd.
Wanneer je met één hond werkt, zie je een deel van het verhaal. Wanneer je drie honden hebt, wordt
de wereld al geheel anders. Wanneer je tussen twintig honden samenleeft op één plek, zie je hoe
gedrag en hiërarchie werkelijk ontstaat. Een boerderij is geen trainingsveld en geen gecontroleerde
oefensituatie. Het is een levende omgeving waar honden eten, rusten, bewegen en met elkaar en
andere dieren omgaan. Gedrag wordt daar niet geoefend, maar beleefd. In zo’n omgeving kun je niets
verbergen achter trucjes of korte trainingen. Als de structuur niet klopt, zie je dat meteen terug in de
groep. Honden reageren op elkaar, op ruimte, op spanning en op kleine veranderingen in de
omgeving. Een kleine verschuiving in energie of positie heeft invloed op het gedrag van meerdere
honden tegelijk.
Het leven met een grote groep honden laat zien dat honden voortdurend met elkaar communiceren.
Niet met woorden, maar met houding, positie, beweging en afstand. Een hond die een stap naar
voren zet kan al voldoende zijn om een andere hond te laten wijken. Een hond die rustig blijft liggen
kan spanning uit een groep halen zonder iets te doen. Deze subtiele communicatie wordt pas echt
zichtbaar wanneer honden langdurig samenleven. De boerderij heeft mij geleerd dat veel
gedragsproblemen bij honden niet los staan van de omgeving waarin een hond leeft. Een hond
reageert niet alleen op training, maar op alles wat er in het dagelijks leven gebeurt. De hoeveelheid
beweging, de structuur van de dag, de samenstelling van de groep en de rol van de mens hebben
allemaal invloed op hoe een hond zich gedraagt. Wanneer deze factoren niet in balans zijn, ontstaat
er spanning die zich uiteindelijk uit in gedrag. Tegelijkertijd heeft het leven met zoveel honden laten
zien hoe snel rust kan terugkeren wanneer de basis klopt. Wanneer de groep duidelijk is, wanneer de
rollen helder zijn en wanneer honden weten wat er van hen verwacht wordt, ontstaat er een
opvallende rust, ongeacht de hoeveelheid honden. Honden hoeven dan niet voortdurend te reageren
of te controleren. Ze bewegen samen door de ruimte, zoeken hun eigen plek en laten elkaar
grotendeels met rust. De boerderij is daardoor een plek geworden waar ik dagelijks kan zien hoe
honden werkelijk functioneren. Niet in theorie, maar in praktijk. Veel van de inzichten in dit boek zijn
ontstaan uit het dagelijks leven tussen een grote roedel honden. Niet uit één training of één casus,
maar uit jaren van observeren, begeleiden en samenleven met een groep honden op dezelfde plek.
Gedragsproblemen bij honden ontstaan niet plotseling en verdwijnen nooit door één ingreep. Ze
ontwikkelen zich gestaag, vaak onopgemerkt, in de dagelijkse interactie tussen mens, hond en
omgeving. Daarom vraagt duurzame gedragsverandering om een gestructureerde aanpak in drie
opeenvolgende fases: begrijpen, beoordelen en oplossen. Deze hoofdstukken vormen samen één
logisch geheel, waarin inzicht stap voor stap wordt omgezet in handelen.
In ‘begrijpen’ staat bewustwording centraal. Hier wordt duidelijk waarom snelle oplossingen falen, hoe
onzekerheid zich opbouwt en welke rol energie, begrenzing en opvoeding spelen in het ontstaan van
probleemgedrag. Zonder erkenning van deze onderliggende dynamiek blijft iedere poging tot
verandering oppervlakkig. Begrijpen is geen theoretische luxe, maar de noodzakelijke basis voor alles
wat volgt.
In ‘beoordelen’ verschuift de focus van inzicht naar analyse. Gedragsproblemen zijn zelden
eendimensionaal en vragen om een objectieve beoordeling van meerdere factoren: de relatie tussen
mens en hond, de sfeer in de groep, de mate van begrenzing, het vervullen van behoeftes en het
tempo waarin grenzen worden verlegd. Dit hoofdstuk draait niet om schuld, maar om het bepalen van
het zwaartepunt van het probleem. Pas wanneer duidelijk is waar de zwaartepunten van het probleem
zitten, kan er gericht worden gewerkt aan verandering.
In ‘oplossen’ worden begrip en analyse vertaald naar concrete handelingen. Geen losse oefeningen
of trucjes, maar een samenhangende aanpak waarin werken, structuur, positionering, begrenzing en
prikkelreductie centraal staan. Oplossen betekent hier niet forceren, maar omstandigheden creëren
waarin de hond kan herstellen, volgen en stabiliseren. Gedragsverandering ontstaat niet door controle
of correctie, maar door rust, herhaling en consequent handelen. Samen vormen deze drie
hoofdstukken een doorlopende leerlijn waarin inzicht, analyse en toepassing elkaar logisch opvolgen.
Begrijpen zonder te beoordelen blijft vaak abstract: er is dan wel kennis, maar nog geen richting.
Beoordelen zonder daadwerkelijk te werken aan oplossingen blijft theoretisch: er ontstaat analyse,
maar geen verandering. En wanneer wordt geprobeerd gedrag te veranderen zonder eerst goed te
begrijpen wat er gebeurt en hoe het beoordeeld moet worden, ontbreekt de basis waarop consistente
keuzes kunnen worden gemaakt.
Duurzame gedragsverandering ontstaat pas wanneer deze drie fases elkaar aanvullen en versterken.
Begrip geeft context, beoordeling geeft richting en oplossen vraagt om gerichte uitvoering in het
dagelijks leven. In die samenhang ontstaat niet alleen verandering in het gedrag van de hond, maar
vooral bewustwording en aanpassing bij de mens die het proces begeleidt